Gebruiksaanwijzing

1. Gebruiksaanwijzing voor de dagelijkse praktijk.

De standaard testafstand voor de leesvisus is 40 cm.

Vraag de cliënt te beginnen met lezen bij de zin met de kleinste lettergrootte die hij nog vloeiend kan lezen op 1 van de 3 leeskaarten.

Neem de laatste vlot gelezen zin (< 20 seconden en minder dan 2 leesfouten) als leesvisus. U leest deze af in logRAD (leesvariant van logMAR) of in decimalen.

Voor de testafstanden van 40 cm en 25 cm kunt u meteen de leesvisus op de Radner leeskaart aflezen.

Voor andere testafstanden dient u de omrekeningstabel onderaan de leeskaart te gebruiken. U neemt dan de logMAR visus zoals vermeld onder 40 cm en corrigeert deze voor de geteste leesafstand.

De omrekeningsfactor voor 60 cm staat (nog) niet vermeld op de Radner leeskaart. Deze bedraagt – 0.18 logMAR.

De standaard testafstand voor beeldschermwerk is namelijk 60 cm.
 

Rekenvoorbeeld 1.

Visus op testafstand 60 cm is 0.6 logMAR.

Correctiefactor voor 60 cm:  – 0.18 

De leesvisus corrigeren voor 60 cm: 0.6 – 0.18 = 0.42 logMAR.

 

Rekenvoorbeeld 2.

Visus op testafstand 20 cm is 0.1 logMAR.

Correctiefactor voor 20 cm : 0.3

De leesvisus corrigeren voor 20 cm: 0.1 + 0.3 = 0.4 logMAR

 

2. Uitgebreide gebruiksaanwijzing, geschikt voor o.a. wetenschappelijk onderzoek.

1. Belichting

80–120 cd/m2 (= lux).

 

2. De testprocedure voor simultaan meten van leesvisus en leessnelheid*

a) De leeskaart wordt door de patiënt vastgehouden; de zinnen worden bedekt met een stuk papier.

b) De patiënt wordt geïnstrueerd de bedekking van de kaart zin per zin weg te nemen en telkens één zin per meting te lezen.

c) “Lees de zinnen zo duidelijk, snel en nauwkeurig als mogelijk. Lees iedere zin tot het einde en corrigeer de leesfouten niet”.

d) “Neem de bedekking van de eerste zin weg en begin met lezen”. Start de meting met de stopwatch als de patiënt met lezen begint en meet de leesduur tot aan het einde van de zin.

e) Noteer de leesduur (in sec) per zin en het aantal foutgelezen lettergrepen op het scoringsblad.

f) Stop criterium: leesduur langer dan 20 seconden.*

* Om enigszins vloeiend te kunnen lezen, wordt geacht dat iemand minimaal 80 woorden per minuut kan lezen.16 Een zin op de Radner leeskaart bestaat uit 14 woorden en moet dus in principe in 10.5 sec gelezen kunnen worden.

De marge waarbinnen de zin gelezen moet worden bij de Radner leeskaart is ruimer genomen: 20 sec. Dit is arbitrair.

 

3. Leesvisus

Om verwarring te voorkomen en om meer nauwkeurig te zijn in definitie, wordt de logaritmisch opgebouwde leesvisus uitgedrukt in “logRAD” (log Reading Acuity Determination).

De laatst volledig gelezen zin (gelezen binnen het tijdsbestek van 20 seconden) bepaalt de leesvisus.

 

4. LogRAD-score

logRAD-score = totaal aantal foutgelezen lettergrepen x 0,005 + logRAD.

 

5. LogRAD-correcties voor alle leesafstanden

De logaritmische schaal zorgt voor een gestandaardiseerde waarde voor iedere leesafstand.

Bij het toepassen van een andere leesafstand dan de 25 en 40 cm die vermeld staan op de leeskaarten zelf, behoeft men alleen de correctiewaarde voor de zekere leesafstand aan de logRAD-waarde van 40 cm toe te voegen.

De correctiewaarden staan onder aan de leeskaart vermeld of in tabel 1 (bijgevoegd bij de Radner leeskaarten).

 

Oefenvoorbeeld: Patiënt leest op een afstand van 10 cm, bereikt logRAD 0,5 en de foutgelezen woorden van de laatste zin bevatten in totaal 8 lettergrepen.

logRAD-score = 0,5 + 0,6 (afstandscorrectie voor 10 cm) + 8 x 0,005 = 1,14

 

I6. Leessnelheid

De leessnelheid wordt in woorden per minuut (w/min) uitgedrukt.

De leessnelheid kan in tabel 2 (bijgevoegd bij de Radner leeskaarten) afgelezen worden of eenvoudig worden berekend gebruikmakend van het aantal woorden per zin (= 14) en de leesduur per zin (in seconden).

Voor onderzoek en klinische analyse wordt de leessnelheid ingedeeld in twee parameters:

a) de maximale leessnelheid en b) de gemiddelde leessnelheid.

 

Leessnelheid (w/min):           14                                     840         

                                           seconden      X 60  =    seconden